Direct naar de inhoud

Was Boeddha een god? De ware status van de Verlichte in het boeddhisme

Dit artikel onderzoekt of Boeddha een god was. Het boeddhisme kent geen schepper, maar wel talloze goden (deva’s) die verspreid over 27 hemelen in drie sferen leven. Deze goden zijn machtig, maar niet eeuwig of almachtig, en worden herboren zodra hun levensduur voorbij is. Boeddha zelf was een mens, al was hij geen gewoon mens. In zijn vorige leven was hij een god in de Tushita-hemel, en na zijn verlichting smeekte de god Brahma hem om te onderwijzen. Daarom wordt hij devatideva genoemd: “de god boven de goden”. Zijn 32 lichamelijke kenmerken (lakshana’s), die terugkomen in Boeddhabeelden, en zijn grenzeloze geest maken hem uniek. Kortom: Boeddha was een mens die de goden overtrof door de weg naar volledige bevrijding te vinden.
Was Boeddha een god? De ware status van de Verlichte in het boeddhisme

Was Boeddha een god, of was hij een mens? Wie naar Boeddhabeelden kijkt, ziet vaak een sereen, bijna goddelijk figuur. Toch is het antwoord minder eenvoudig dan het lijkt. Bij 1stBuddha krijgen we deze vraag regelmatig, juist van mensen die zich verdiepen in de betekenis achter hun Boeddhabeelden. Wie is Boeddha: god of mens? En bestaat er zoiets als de god van Boeddha? In dit artikel lees je wat het boeddhisme werkelijk leert over goden, over Boeddha zelf en over wat hem zo uniek maakt.

Kent het boeddhisme goden?

In het Westen staat het boeddhisme vaak bekend als een “atheïstische religie”. Anders dan het jodendom, het christendom en de islam erkent het namelijk geen enkele schepper of opperwezen.

Dat betekent echter niet dat het boeddhisme een wereld zonder goden is. Integendeel: de traditie kent niet één, maar talloze goden, in het Sanskriet deva’s genoemd.

De 27 hemelen van de boeddhistische kosmologie

Volgens de traditionele boeddhistische kosmologie zijn de goden verdeeld over 27 hemelen (swarga). Deze liggen in drie verschillende sferen:

  • Kamadhatu (de sfeer van verlangen): zes hemelen, gelegen op de hellingen, op de top en in de lucht boven de berg Sumeru, de berg in het middelpunt van de wereld.

  • Rupadhatu (de sfeer van vorm): zeventien zogeheten meditatiehemelen.

  • Arupyadhatu (de vormloze sfeer): vier hemelen waar geen vorm bestaat, alleen bewustzijn.

Goden zijn niet eeuwig

Geen van deze hemelen is een blijvende verblijfplaats, en geen enkele god is eeuwig. In het boeddhisme word je als god herboren op grond van je daden in een vorig leven. Is de levensduur van een god voorbij, dan wordt dit wezen elders herboren.

Driekwart rechteraanzicht van de zittende Boeddha

Boeddhistische goden zijn dus niet almachtig, niet onsterfelijk en niet alwetend. Toch zijn ze zeker niet machteloos: hun krachten reiken veel verder dan die van gewone mensen.

De rol van goden in de boeddhistische praktijk

Door de lange geschiedenis van het boeddhisme heen hebben monniken en nonnen de goden aangeroepen om zegeningen te vragen. Daarnaast speelt tantrische beoefening een belangrijke rol, vooral binnen het vajrayana-boeddhisme. Daarbij draait het om:

  1. het uitnodigen van goden in de eigen aanwezigheid;

  2. het brengen van offergaven;

  3. het verzoeken om bijzondere krachten, bekend als siddhi.

Wie is Boeddha: god of mens?

Als het boeddhisme zoveel goden kent, wat is dan de positie van Boeddha zelf? Het antwoord is verrassend: Boeddha was een mens.

Binnen de kringloop van wedergeboorte (samsara) bestaan zes bestemmingen: goden, halfgoden, mensen, dieren, hongerige geesten en hellewezens. Boeddha behoorde tot de mensen. Toch was hij geen gewoon mens, zowel in zijn verhouding tot de goden als in zijn lichamelijke en geestelijke eigenschappen.

Zijn voorlaatste leven in de Tushita-hemel

In zijn voorlaatste leven was de toekomstige Boeddha wél een god. Hij verbleef in de Tushita-hemel, waar alle toekomstige Boeddha’s wonen. Volgens de overlevering keek hij vanuit deze hemel neer op de wereld en koos hij zelf zijn laatste geboorteplaats, zijn clan, zijn ouders en zijn kaste.

Brahma vraagt Boeddha om te onderwijzen

Na zijn verlichting mediteerde Boeddha 49 dagen in de omgeving van de bodhiboom. Daarna begreep hij de waarheid over het leven, maar die was zo diepgaand dat hij twijfelde of een gewoon mens haar zou kunnen bevatten. Hij zag er daarom van af om te onderwijzen.

Toen daalde de scheppergod Brahma af uit de hemel. Hij spoorde Boeddha aan toch te onderwijzen: veel mensen zouden het misschien niet begrijpen, maar er waren er altijd enkelen met “weinig stof in hun ogen”.

“De god boven de goden”

Dit moment is van grote betekenis. Het laat zien dat Boeddha iets wist wat de goden niet wisten. Zij hadden gewacht op de komst van een nieuwe Boeddha die hen de weg zou wijzen naar bevrijding uit wedergeboorte, ook uit wedergeboorte in de hemel.

Daarom draagt Boeddha de eretitel devatideva: “de god boven de goden”. Wie zoekt naar de god van Boeddha, ontdekt dus dat de verhouding eigenlijk omgekeerd is: de goden kijken op naar Boeddha.

Het bijzondere lichaam en de geest van Boeddha

Hoewel hij een mens was, had Boeddha een lichaam dat met geen enkel ander te vergelijken was.

De 32 lakshana’s

Boeddha bezat 32 lichamelijke kenmerken, de lakshana’s, ook wel mahapurushalakshana genoemd: de kenmerken van een groot wezen. Deze kenmerken komen duidelijk terug in de beeldtaal rond Boeddha, zoals in Boeddhabeelden en andere afbeeldingen. Wie een beeld goed bekijkt, herkent het vaak direct.

Driekwart vooraanzicht van de Mongoolse Boeddha

Een geest zonder grenzen

Ook de geest van Boeddha was buitengewoon. Volgens de traditie:

  • kende hij al zijn vorige levens én die van alle wezens in het universum;

  • kon hij volgens de vroege boeddhistische overlevering een heel wereldtijdperk (kalpa) blijven leven, of tot het einde ervan, als men hem daarom vroeg;

  • is zijn levensduur volgens de Lotus-soetra zelfs oneindig, kan hij overal in het universum aanwezig zijn en vrijwel elk soort wonder verrichten.

Conclusie: mens, God of meer dan dat?

Dus, was Boeddha een god? Volgens het boeddhisme niet: hij was een mens. Maar wel een mens die de goden overtrof. Waar goden uiteindelijk sterven en opnieuw geboren worden, vond Boeddha de weg naar volledige bevrijding. Juist daarom noemen boeddhisten hem “de god boven de goden”.

Dat besef geeft een extra laag betekenis aan elk Boeddhabeeld. Het verbeeldt geen almachtige schepper, maar iemand die als mens de hoogste wijsheid bereikte en die met anderen wilde delen.

Neem contact met ons op

Wil je meer weten over de symboliek van Boeddhabeelden of zoek je een beeld dat echt bij je past? Bij 1stBuddha helpen we je graag verder met deskundig advies. Neem contact met ons op met je vragen; we denken graag met je mee.

Winkelwagen

Uw winkelwagen is leeg

Elk object in de galerie is uniek. Begin bij de nieuwste aanwinsten.

Nieuwste aanwinsten