Kan beschikbaarheid voor afhalen niet laden
Afmetingen: H 45,6 × B 23 cm
Gewicht: 15,5 kg
Materiaal: grijsgroene fijnkorrelige steen, vermoedelijk argilliet / argillaceous siltstone
Herkomst: China
Voorstelling: gekroonde Bodhisattva, waarschijnlijk Guanyin (Avalokiteshvara)
Datering: mogelijk Noordelijke Wei / vroege Noordelijke Dynastieën, circa 5e–6e eeuw
Provenance: Nederlandse privécollectie / Nederlandse antiekhandel
Deze uitzonderlijk zware Chinese stenen stele toont een gekroonde Bodhisattva, waarschijnlijk Guanyin (Avalokiteshvara), frontaal weergegeven met de handen samengebracht voor de borst. Het beeld combineert een opmerkelijk archaïsche sculpturale taal met een sterk verweerd, gelaagd steenoppervlak en constructieve details die nauw aansluiten bij de vroege ontwikkeling van de Chinese boeddhistische beeldhouwkunst.
Het object is uitvoerig visueel en microscopisch onderzocht. Daarbij is niet alleen gekeken naar de iconografie en stijl, maar ook naar het gesteente, de natuurlijke beschadigingen, de bewerkingssporen, resten van de oorspronkelijke oppervlakteafwerking en de wijze waarop de steen na langdurige verwering reageert.
De mogelijke datering in de periode van de Noordelijke Dynastieën moet als een attributie worden beschouwd. Er is geen gedateerde inscriptie of gedocumenteerde vroege provenance aanwezig waarmee een exacte vervaardigingsdatum kan worden vastgesteld. De vroege datering wordt daarom gebaseerd op een combinatie van materiaaltechnische observaties, sculpturale kenmerken en vergelijking met gedocumenteerde vroege Chinese boeddhistische sculptuur.
Met een hoogte van slechts 45,6 cm heeft de stele een gewicht van maar liefst 15,5 kilogram. Het beeld is uit een massief en zeer dicht steenblok gehouwen.
De steen heeft een karakteristieke grijs- tot groengrijze kleur en een bijzonder fijne structuur. Onder vergroting is geen normale grove zandstructuur zichtbaar. Het materiaal oogt compact en glad, terwijl de sterk verweerde buitenste huid plaatselijk bros en schilferig is geworden.
Op basis van deze eigenschappen wordt het gesteente voorlopig geïdentificeerd als een fijnkorrelige argilliet / argillaceous siltstone, mogelijk met chloritische bestanddelen. Een definitieve petrografische identificatie zou laboratoriumonderzoek vereisen.
Bij een reeds beschadigde en sterk gedegradeerde zone bleek dat een zeer klein oppervlakkig steenfragment met minimale mechanische druk kon loskomen. Dit leverde een interessante mogelijkheid op om het materiaal te bekijken zonder het intacte oppervlak verder te behandelen.
Het fragment vertoonde geen zandige korrelstructuur, maar brak als een dun, compact en bros schilfertje. Dit gedrag sluit goed aan bij de fijnkorrelige en enigszins gelaagde structuur die elders aan de stele zichtbaar is.
Een los fragment werd tevens blootgesteld aan appelazijn als eenvoudige indicatieve carbonaattest. Er trad geen zichtbare bruisreactie op. Hierdoor wordt een sterk calcietrijke gewone kalksteen minder waarschijnlijk. De test is uitsluitend indicatief en vormt geen vervanging voor petrografisch of mineralogisch laboratoriumonderzoek.
De uiterst dunne schilfers bleven bovendien aanvankelijk aan het vloeistofoppervlak liggen. Dit moet niet worden geïnterpreteerd alsof het gesteente zelf een lagere dichtheid dan water heeft: bij zeer kleine droge fragmenten kunnen oppervlaktespanning en de poreuze structuur van een verweerde buitenhuid dit verschijnsel veroorzaken.
De achterzijde is bijzonder belangrijk voor de beoordeling. Hier is geen vlakke, moderne machinale afwerking zichtbaar. Het oppervlak vertoont een onregelmatige, golvende en plaatselijk schilferende structuur, waarbij de natuurlijke opbouw van het gesteente goed zichtbaar blijft.
Over het oppervlak bevinden zich donkere, grijze, groenachtige en plaatselijk okergele zones. De okerkleurige gebieden zijn consistent met natuurlijke ijzerhoudende verweringsproducten. In verdiepingen is een complexe opeenhoping van oude oppervlakteafzettingen en verweringsmateriaal aanwezig.
De combinatie van een compacte kern en een plaatselijk sterk gedegradeerde buitenhuid verklaart waarom het object enerzijds uitzonderlijk zwaar en massief is, terwijl anderzijds uiterst dunne oppervlakteschilfers relatief kwetsbaar zijn.
Onder de microscoop zijn verschillende sporen zichtbaar die relevant zijn voor de vervaardigingswijze. In de dieper uitgesneden delen zijn onregelmatige handmatige snij- en bewerkingssporen aanwezig. De lijnen zijn niet uniform of mechanisch repetitief en volgen de modellering van het beeld.
Ook is zichtbaar dat verschillende groeven en bewerkte zones zelf onderdeel zijn geworden van het verweerde oppervlak. De randen zijn op veel plaatsen afgerond en de oppervlakteafzettingen lopen door tot in de diepere gedeelten van het snijwerk.
Dit ondersteunt een traditionele handmatige vervaardiging en langdurige veroudering van het reeds gebeeldhouwde oppervlak. Het vormt echter op zichzelf geen absolute datering: ook een later handgehouwen sculptuur kan na voldoende tijd aanzienlijke natuurlijke verwering ontwikkelen.
Bij microscopisch onderzoek zijn in beschermde verdiepingen kleine goudkleurige resten waargenomen. Deze bevinden zich niet als een moderne egale laag over het oppervlak, maar als kleine geïsoleerde restanten in lager gelegen en beschutte zones.
Dit is interessant omdat vroege Chinese boeddhistische stenen beelden oorspronkelijk niet noodzakelijk als kale steen werden gepresenteerd. Sculpturen konden worden voorzien van pigment, pleisterachtige preparatielagen en vergulding. De aanwezige goudkleurige resten zijn daarom gedocumenteerd als mogelijke restanten van een historische oppervlakteafwerking.
Zonder materiaalanalyse wordt nadrukkelijk niet gesteld dat de aangetroffen deeltjes daadwerkelijk goud zijn of dat zij uit de oorspronkelijke vervaardigingsperiode stammen. Hun locatie diep in het verweerde oppervlak maakt ze echter relevant voor verder onderzoek.
Een van de meest bijzondere iconografische details bevindt zich helemaal onderaan de figuur.
De voeten rusten niet simpelweg op één doorlopende plint. Onder de linker- en rechtervoet bevindt zich een afzonderlijk verhoogd, afgerond element. Door sterke slijtage en verwering zijn de oorspronkelijke details gedeeltelijk verdwenen, maar de beide vormen zijn bewust symmetrisch aangebracht.
Onze huidige interpretatie is dat het waarschijnlijk gaat om twee gestileerde lotusvoetsteunen.
Dit detail is belangrijk omdat dergelijke constructies daadwerkelijk voorkomen binnen vroege Chinese boeddhistische sculptuur.
In de wetenschappelijke documentatie van de Yungang-grotten wordt bij Cave VIII bijvoorbeeld een gekroonde Bodhisattva beschreven die op een meerlagige zetel zit terwijl beide voeten op een lotus vóór de figuur rusten. Elders in dezelfde grot wordt een Bodhisattva beschreven op een stoelachtige sokkel met een afzonderlijke lotusvoetsteun beneden.
De steunen van dit beeld zijn niet identiek aan één specifiek Yungang-voorbeeld. De vergelijking is daarom typologisch: zij toont aan dat de ongebruikelijke constructie onder de voeten binnen het vormvocabulaire van vroege Chinese boeddhistische sculptuur thuishoort.
Ook de rest van de compositie bezit kenmerken die aanleiding geven tot een mogelijke vroege datering.
De figuur is sterk frontaal opgebouwd. Het gezicht is relatief breed en sereen, met langgerekte ogen, een eenvoudige neus, kleine mond en een beheerste glimlach. Het hoofd wordt bekroond door een uitgesproken kroon- of haartooi waarvan de afzonderlijke volumes krachtig uit de steen zijn gehouwen.
De kleding is niet naturalistisch uitgewerkt zoals bij veel latere sculpturen. De plooien worden grotendeels gevormd door diepe, ritmische en parallelle lijnen. Hierdoor ontstaat een grafische behandeling van het gewaad die sterk bijdraagt aan het archaïsche karakter.
De handen zijn voor de borst samengebracht in Anjali Mudra, het gebaar van eerbied, devotie en spirituele begroeting. De combinatie van kroon, sierlijke kleding en Bodhisattva-iconografie maakt een identificatie als Guanyin / Avalokiteshvara aannemelijk, hoewel het ontbreken van een duidelijk onderscheidend attribuut betekent dat deze identificatie niet absoluut kan worden vastgesteld.
De sculptuur vertoont meerdere kenmerken die aanleiding geven haar te onderzoeken binnen de artistieke traditie van de Noordelijke Dynastieën en de daaropvolgende vroege Chinese boeddhistische perioden.
Vooral de frontale compositie, de archaïsche gezichtsmodellering, de lineaire behandeling van de kleding, de gekroonde Bodhisattva-vorm, de zetelconstructie en de lotusachtige voetsteunen zijn hierbij relevant.
Wetenschappelijke documentatie van de Yungang-grotten laat zien dat in de vroege Chinese boeddhistische beeldhouwkunst een verrassend grote variatie bestond in zetels, voetsteunen, lotuspedestalen en houdingen van Bodhisattva's. Hierdoor moet de ongebruikelijke onderbouw van deze stele niet automatisch als een latere afwijking worden beschouwd.
De meest interessante werkhypothese is momenteel een vervaardiging tijdens de Noordelijke Dynastieën, mogelijk Noordelijke Wei, circa 5e–6e eeuw.
Een dergelijke vroege datering kan echter zonder inscriptie of oude gedocumenteerde provenance niet als definitief worden beschouwd.
Bij de beoordeling is daarom bewust rekening gehouden met een belangrijke alternatieve mogelijkheid: een latere Chinese archaïserende sculptuur die bewust teruggrijpt op de beeldtaal van de Noordelijke Wei en andere vroege dynastieën.
Juist daarom is niet één afzonderlijk kenmerk doorslaggevend. De huidige attributie berust op het totaalbeeld van gesteente, gewicht, natuurlijke verwering, handmatige bewerking, microscopische oppervlaktekenmerken, mogelijke historische afwerkingsresten, iconografie, zetelconstructie en vergelijkend kunsthistorisch materiaal.
De stele verkeert in een sterk verweerde archeologische conditie. Er zijn slijtage, oude beschadigingen, materiaalverlies, erosie en plaatselijke actieve oppervlakte-decohesie aanwezig. Vooral enkele buitenste steenlagen zijn kwetsbaar en kunnen plaatselijk schilferen.
Deze conditie vormt een essentieel onderdeel van het historische karakter van het object. Verdere mechanische reiniging wordt afgeraden. Vanwege de plaatselijke schilfering verdient professionele conserveringsbeoordeling de voorkeur voordat eventueel consolidatiemateriaal wordt toegepast.
Deze zware grijsgroene stenen stele is een bijzonder onderzoeksobject waarin materiaaltechnische en kunsthistorische kenmerken samenkomen.
Het gewicht van 15,5 kg, de compacte fijnkorrelige steen, de negatieve indicatieve zuurtest, de natuurlijke gelaagde breuk- en verweringsstructuur, handmatige bewerkingssporen, mogelijke oude goudresten en de ongebruikelijke dubbele lotusvoetsteunen ondersteunen gezamenlijk de conclusie dat we te maken hebben met een traditioneel vervaardigde en aanzienlijk verweerde Chinese boeddhistische sculptuur.
De iconografie en sculpturale taal rechtvaardigen verder onderzoek naar een mogelijke oorsprong tijdens de Noordelijke Dynastieën, mogelijk Noordelijke Wei, 5e–6e eeuw. Vanwege het ontbreken van een daterende inscriptie en sluitende vroege provenance wordt deze periode uitdrukkelijk als attributie vermeld en niet als absolute datering.
Een uitzonderlijk en raadselachtig stuk vroege Chinese boeddhistische beeldhouwkunst, waarvan juist de combinatie van archaïsche vormgeving, zware steen, oorspronkelijke oppervlaktesporen en ongebruikelijke iconografische details het object bijzonder interessant maakt voor verdere studie.
